dinsdag 21 april 2015

Extended Ravel van Arno Bornkamp

Het festival SAX14 is voorbij, maar wie het saxofoongevoel wil vasthouden, kan terecht bij de nieuwe cd van Arno Bornkamp, de initiatiefnemer van het internationale saxofoonfeest waarmee de geboorte van de uitvinder van het instrument uitbundig werd gevierd.
Als saxofonist moet je in het klassieke repertoire met een lampje naar stukken speuren. Dat maakt inventief. Op zijn nieuwe cd speelt Bornkamp, samen met pianist Ivo Janssen, niet alleen saxofoonwerken van Maurice Ravel maar ook stukken die Ravel oorspronkelijk bedoelde voor piano, voor zangstem, voor viool.

Zo worden de sprookjesfiguren uit de piano- of orkestcyclus Ma mère l'oye met een subtiel gevoel voor timing en een betoverend mooie toon op de sopraansax tot leven gewekt. In Trois chansons daalt Bornkamp af naar de alt voor een Spaans sensuele sfeer. Met de postume Sonate, oorspronkelijk voor viool en piano, gaat hij terug naar de sopraan en reikt hij naar nauwelijks begaanbare hoogten. Toch houdt zijn toon ook daar zijn warmte.

Pièce de résistance is de korte opera L'enfant et les sortilèges, waarin attributen als een klok, een fauteuil en een theepot tot leven worden gewekt. Bornkamp en Janssen doen er alles aan om je Ravels avontuurlijke orkestbezetting te laten vergeten. Aan een piano plus een alt- en een sopraansax hebben ze niet genoeg. Met een slide saxophone, waarop je met schuifbewegingen je tonen kiest, zetten ze een humoristische kroon op deze meesterlijke cd.
Biëlla Luttmer
de Volkskrant, 26 november 2014
Arno Bornkamp 
Ravel
Ottavo Recordings

maandag 13 april 2015

Gekke meid met klasse, die Patricia Petibon


Gekke meid, die Patricia Petibon. Dat haar stem zich laat buigen als de rug van een slangenmeisje wisten we al. Dat ze een lange neus trekt naar het deftige van de klassieke muziek ook.
Op haar nieuwe cd La belle excentrique gaat ze een stap verder. Ze veegt de klassieke toon van haar stembanden en duikt met pianiste en accordeonist in de chansons van Léo Ferré. Een track erna, in een lied van Francis Poulenc, zijn ze er weer, de met subtiel vibrato verrijkte klanken, maar Petibon reikt verder in haar zoektocht naar uitersten. Ineens is er een plukje liederen die uitblinken in verstilde schoonheid: À Chloris van Reynaldo Hahn, Spleen van Fauré. Ook dat heeft deze belle excentrique in huis.

Een verrassing is de rijke selectie aan liederen van Manuel Rosenthal, waarin ze de grenzen van de expressie gevaarlijk ver oprekt. Vals, net tegen de toon aan leunend, lokt ze je mee in het exotische Le vieux chameau du zoo, een lied over de heimwee van een kameel die opgesloten zit in een dierentuin. Zo blijft ze je een cd lang verrassen met een ratjetoe van grote klasse.
Biëlla Luttmer
de Volkskrant, 26 november 2014
Patricia Petibon 
Deutsche Grammophon

Je klapt vooral voor Lang Langs atletiek


Met Lang Lang in de zaal verdampt het imagoprobleem van de klassieke muziek tot een wolkje dat je moeiteloos wegblaast. Vergrijsd publiek? Niet als de 32-jarige superster optreedt in het Concertgebouw. Ineens kunnen tieners en twintigers de weg naar de Van Baerlestraat wél vinden. Samen met het oudere concertpubliek springen ze overeind als het fenomeen uit China zijn armen naar achteren zwaait na een spervuur van octaven - feller, sneller en daverender dan zijn collega's. Lang Lang communiceert met zijn fans: de eerste rij op het podium krijgt een hand, voor de anderen spreidt hij zijn armen in een gebaar dat warmte en verbondenheid uitstraalt.
De waarde van zijn concerten overstijgt het puur muzikale. Hij laat zien hoe geweldig het is om Mozart te spelen: hoe je een ragfijn motiefje nog teerder en transparanter kunt neerzetten, hoe je even later lekker dwars kunt raggen op een Steinway. Klassieke regeltjes? Doet hij niet aan. Als je iets mooi vindt, ga je gewoon klappen, ook als er nog twee delen te gaan zijn. Niemand zal het in zijn hoofd halen verontwaardigd te sissen, zoals bij andere concerten. Omgekeerd kan het ook. Als Lang Lang er zin in heeft, plakt hij het slotdeel van de ene Mozartsonate vast aan de volgende. Alles mag, als het maar met oprechte bezieling gebeurt. Gloeiend van opwinding ga je de pauze in.

En dan, in de vier Ballades van zijn favoriete componist Chopin, is de betovering weg. Lang Lang lijkt zich al in de eerste maten stierlijk te vervelen. Hij tuigt de lange, eenvoudige lijnen op met blinkende glitters: even wachten voor een accent, dramatisch uithalen, akkoorden na elkaar spelen - de hele trukendoos gaat al open voordat je de tijd hebt gehad de pure melodie op je te laten inwerken. Chopin is een man van herhalingen, waarin hij telkens een nieuwe invalshoek kiest voor zijn lijnen. Dat proces, waarin de spanning heel geleidelijk wordt opgebouwd, slaat Lang Lang aan puin. Hij hopt van het ene motief naar het volgende en zet in op de contrastwerking tussen lyriek en bombast. Suikerzoet gaat over in razendsnel spierballenwerk - geweldig knap gespeeld, maar na de afsprong met driedubbele salto klap je vooral voor de atletische prestatie.

De vraag is of je daarvan een probleem moet maken. Dankzij Lang Lang is pianospelen hot. Met dank aan zijn International Music Foundation krijgen kinderen in China les op muziekscholen - op de lessenaars staat zijn eigen pianomethode - en speelden dit weekeinde honderd jonge pianisten samen met hun idool op het podium van het Concertgebouw. Het enthousiasme dat hij met die projecten teweegbrengt, daar kan zelfs de grootste Chopinvertolker niet tegenop.
Mozart en Chopin, door Lang Lang 24/11, Concertgebouw, A'dam 
Biëlla Luttmer
de Volkskrant, 26 november 2014

De geest van Charlie Parker komt verbluffend dichtbij

Louis Andriessen stak lachend zijn duim op
Avant-gardecomponist Franco Donatoni viel als een blok voor de saxofoon, net als Jacob ter Veldhuis, Peter van Onna en Louis Andriessen. Met hun composities, vaak liefdesverklaringen aan het instrument, opende SAX14, het internationale saxofoonfestival dat tot 23 november in Amsterdam wordt gehouden. 
Mooi hoe in Hot van Donatoni de jazz zijn compositie binnenglipt. Er is de suggestie van een lopende bas, er is een lijn van een gestopte trompet die samen met een trombone verwijst naar bebop. Maar dan komt de vakkundige onttakeling. Even lijkt het alsof anarchistische free jazz de leiding over het Asko|Schönberg van de dirigent Etienne Siebens overneemt. Met een drumsolo brandt de finale los: de swing die onder het oppervlak smeulde krijgt de overhand. Een briljant gespeelde tenorsolo van Ties Mellema - dan is het over.

JacobTV, zoals Jacob ter Veldhuis tegenwoordig heet, laat in de ensembleversie van zijn Tipperary Concerto horen hoe fraai de strijkers van het Asko|Schönberg mengen met de blazers van het Aurelia Saxofoonkwartet. Hij tast weemoedige laagtes af voordat hij uitkomt bij klanken die veel weg hebben van de muziek bij de James Bondfilm Goldfinger en ontaardt in striemende slagwerkslagen. Aan het slot is er de troostrijke sfeer waarmee het allemaal begon.

Twee saxofoonkwintetten staan in Peter van Onna's nieuwe versie van zijn Clash of Cultures tegenover elkaar. Het ene speelt traditionele Japanse patronen, het andere tangoritmes. Ze groeien naar elkaar toe in een schitterend geïnstrumenteerd stuk waarin de karakters van alle stemmen aan bod komen.

Louis Andriessen laat in De Stijl, het derde deel van zijn opera De Materie, een pronte rij saxofonisten opdraven. De zangers van Silbersee (voorheen VocaalLAB), de spreekstem van Fanny Alofs, hamerende piano's en tetterend koper maken er, niet altijd even strak, de dienst uit.

Ook Andriessen heeft een saxofoonidool. Voor het Kronoskwartet schreef hij een ode aan Charlie Parker: Facing Death. Het Artvark Saxofoonkwartet maakte er een versie van waarin de musici even hun improvisatiespecialiteit aflegden en bladmuziek op de lessenaars zetten. Al snel begonnen ze aan hun eigen verhaal, met solo's waarin ze de kracht van hun instrumenten opzochten. De geest van Charlie Parker kwam verbluffend dichtbij. Vanuit de zaal stak Andriessen lachend zijn duim op.
Muziek. Sax14, Donatoni, JacobTV, Van Onna, Andriessen. Ties Mellema, Aurelia Saxofoon Kwartet, Artvark Saxophone Quartet, Silbersee, Asko|Schönberg. A'dam, Muziekgebouw aan 't IJ, 20/11.
Biëlla Luttmer
de Volkskrant, 22 november 2014


zondag 12 april 2015

Laatste ronde voor het Hilliard

Hilliard Ensemble
Vier heren met stemmen die klinken als een klok. Waarom is het Hilliard Ensemble dan toch aan zijn afscheidstournee begonnen?
Ineens boort een schroeiende saxofoonlijn zich door de serene mannenstemmen van het Hilliard Ensemble heen. Eerst mengt hij bijna ongemerkt met het homogene zanggeluid. Dan wordt hij scherper, schiet omhoog en maakt zich los van de textuur van de stemmen.Het is zomer 1993. In het Oostenrijkse St. Geroldsklooster, hoog in de Alpen, niet ver van de grens met Zwitserland, zijn de vier zangers bij elkaar gekomen als voorbereiding op het 25-jarig bestaan van hun platenlabel ECM. En ach, waarom niet meedoen aan een experiment? 
Die eerste kennismaking met jazzsaxofonist Jan Garbarek staat de zangers in het geheugen gegrift. David James, countertenor en ensemblelid van het eerste uur, blikt in een televisieprogramma terug: 'We raakten in een soort trance. Na afloop kwam ECM-baas Manfred Eicher naar voren, met vochtige ogen. 'Dit gaan we meteen opnemen', zei hij.'

Deze maand staat het Hilliard Ensemble voor het laatst op de podia. Na veertig jaar valt het doek voor de Britse succesformatie, die in de jaren zeventig ontstond toen vier koorzangers eens wilden proberen hoe het werken in een kleine bezetting zou bevallen. Ze hadden het tij mee. Dagelijks zond de BBC het programma Pied Piper uit, met louter oude muziek. Zo leerde een groot publiek de klanken uit de Middeleeuwen en de Renaissance kennen. Het Hilliard Ensemble viel op. Onder leiding van Paul Hillier was de klank van de stemmen naar elkaar toe gegroeid tot een verbluffende eenheid. Op lp's uit die tijd hoor je dat zelfs tussen de tonen door de ademhaling van de zangers gelijk op gaat.

Het bleef niet bij oude muziek. Arvo Pärt, de Estste componist van meditatieve werken, ontdekte dat het Hilliard precies de klank had die hij zich bij het schrijven van zijn stukken voorstelde. Hij nodigde de zangers uit voor projecten als Passio en Miserere. Er vormde zich een nieuwe kring van fans. Maar de grote doorbraak kwam met Jan Garbarek. Ineens werd de muziek van het Hilliard trendy. Hij werd gedraaid in cafés en als er een concert werd gegeven zag je tussen het klassieke publiek ook hippe twintigers.

Officium, de eerste gezamenlijke cd, brak door de grens van een miljoen verkochte exemplaren heen. David James hoorde tot zijn verrassing zijn eigen stem zelfs terug in een nummer van de band Enigma. Destijds was hij geschokt, nu kan hij erom lachen: 'Het is natuurlijk ook een compliment, maar we vonden het onbehoorlijk dat ze ons niet om toestemming hadden gevraagd. Erger was de titel van het nummer. De tekst gaat over de Maagd Maria. Zij noemden hun versie Principles of Lust. Dat ging ons te ver. We hebben de band voor de rechter gedaagd en wonnen de zaak - pas later kwamen we erachter dat alleen de advocaten daar voordeel bij hebben gehad.'

Jan Garbarek is erbij als het Hilliard Ensemble deze week in de Groninger Martinikerk en de Eindhovense Catharinakerk afscheid neemt van het Nederlandse publiek. Het doek valt definitief op 20 december, met een slotconcert in de Londense Wigmore Hall.

'Nee, die afscheidstournee is geen publiciteitsstunt', schatert Steven Harrold, tenor en de jongste van de Hilliards, door de telefoon. 'De reden is nogal prozaïsch. We plannen onze concerten minstens anderhalf jaar van tevoren. Met drie zangers die tegen de 60 lopen kunnen we niet instaan voor het niveau dat we op het moment van de concerten kunnen neerzetten. We hebben al een aantal malen een wisseling in onze bezetting gehad. Dat was nog op te vangen zonder dat het karakter van het ensemble eronder leed. Als je drie stemmen tegelijkertijd vervangt, lukt dat niet. We stoppen op ons hoogtepunt. Dat heeft iets moois, maar als ik eerlijk ben, was ik graag nog een tijdje doorgegaan. Zeker de ontdekkingen van onbekende werken zal ik enorm missen - onze reizen naar Armenië, waar we eeuwenoude muziek hebben gezongen en in Nederland de uitvoering van Bloed, een compositie van Cornelis de Bondt, dat waren spannende projecten.'

Inmiddels ligt de afscheids-cd in de winkel: Transeamus, 'laten we gaan'. Ook de stemmen van de oudste zangers klinken daarop nog verbluffend gaaf. Harrold: 'Met die cd komen we thuis. Net als op onze eerste plaat hebben we een programma gemaakt met muziek van het hof van Hendrik VIII en andere favoriete stukken uit die tijd. De harmonieën lijken simpel, maar de transparante klanken stapelen zich op en er ontstaat iets dat reikt naar hogere dimensies. Het zingen van die oude stukken werd voor ons een duizelingwekkend ervaring. Typisch Hilliard.'


Hilliard-hoogtepunten
De geschiedenis van het Hilliard Ensemble in vijf albums

1 Miserere (1991)
Arvo Pärts compositie Miserere, met de dirigent Paul Hillier, een van de oprichters van het Hilliard Ensemble, en het Orchester der Beethovenhalle Bonn. De vibratoloze zang van de zangers pakt in combinatie met blazers, buisklokken en pauken indrukwekkend goed uit.

2 Officium (1994)
Met de saxofoon van Jan Garbarek verkent het Hilliard Ensemble het spanningsveld tussen geïmproviseerde muziek en Renaissancezang. De cd wordt een kraker die het Hilliard Ensemble in een klap ook buiten de klassieke muziek beroemd maakt.

3 Quinto Libro di Madrigali (2012)
Werken van Gesualdo, met de sopraan Monika Mauch. De proef op de som: twintig jaar eerder maakte het Hilliard Ensemble een veelgeroemde cd met werken van Gesualdo. Het ensemble is een aantal bezettingswisselingen verder maar de spannende, wringende samenklanken in Gesualdo's werk staan als vanouds overeind.

4 Il cor Tristo (2013)
De hedendaagse Britse componist Roger Marsh gebruikt voor zijn nieuwe werk de canto's 32 en 33 uit Dantes Inferno. Hij combineert compositietechnieken en noten uit de Renaissance met zijn eigen, nieuwe idioom.

5 Transeamus (2014)
Terug naar waarmee het allemaal begon: middeleeuwse carols en motetten van grotendeels anonieme componisten. De stemmen van het viertal klinken op hun afscheids-cd verrassend fris, alsof ze nog jaren kunnen doorgaan. 
Rogers Covey-Crump, tenor
Samenwerken met een jazzsaxofonist, hoe werkt dat? Rogers Covey-Crump, tenor van het Hilliard Ensemble, legt uit: 'Jan Garbarek leest geen noot. Hij zou de stukken die we zingen wel van blad kunnen lezen, tenslotte heeft hij ook composities voor ons gemaakt, maar hij wil per se niet in onze partijen kijken. Van tevoren vraagt hij in welke toonsoort we zingen. Twee kruizen? Een mol? Dat is alles wat hij nodig heeft. Voor de rest gebruikt hij alleen zijn oren. Fantastisch.'
Biëlla Luttmer
de Volkskrant, 20 november 

Cleopatra's dood, met slangengif van Robin Ticciati


Drie jaar geleden was Robin Ticciati een dirigent die zich met veel talent en weinig ervaring op het podium van het Concertgebouworkest vervoegde. Er werd in de verslagen van zijn debuut gerept van een Porsche die zich grotendeels zelf reed en van een huis dat eerst van gordijnen en pas later van muren werd voorzien.
Drie jaar geleden was Robin Ticciati een dirigent die zich met veel talent en weinig ervaring op het podium van het Concertgebouworkest vervoegde. Er werd in de verslagen van zijn debuut gerept van een Porsche die zich grotendeels zelf reed en van een huis dat eerst van gordijnen en pas later van muren werd voorzien.

Nu is hij 31 en net begonnen als leider van het prestigieuze Glyndebourne operafestival. Hij heeft al laten zien dat het Scottish Chamber Orchestra opveert onder zijn baton. Samen hebben ze net een Schumann-cd afgeleverd waar menig ervaren maestro jaloers op kan zijn.

Het Concertgebouworkest vertrouwt hem inmiddels een tournee naar Brussel, Luzern en Wenen toe - een eer die lang niet elke gast wordt gegund. Het Franse programma onthult een dirigent die in dit repertoire onvermoede facetten naar boven brengt.

Het gaat Ticciati niet om de technische perfectie: als je er een sport van zou maken zijn ongelijke inzetten te tellen, zou je hoge ogen scoren. Maar juist de combinatie van die losse hand - altijd fijn in zwierige Franse muziek - en een minutieuze uitwerking van details verraden zijn klasse.

In Gabriel Fauré's suite Pelléas et Mélisande blies hij dwars door de open, transparante orkestklank een paukenroffel, licht als een zuchtje wind. In Ravels Valses nobles et sentimentales vond hij in elk van de korte deeltjes een andere, rake benadering van de driekwartsmaat. La mer, Debussy's drieluik van zeegezichten, werd een bedwelmend hoogtepunt van de avond, met onwaarschijnlijk tere trompetfiguurtjes door Omar Tomasoni, de nieuwe aanvoerder van de trompetsectie van het orkest.

Lastiger was zijn relatie met Berlioz. Voor La mort de Cléopâtre, waarin het sterven van de Egyptische vorstin in een lange monoloog tot in detail wordt neergezet, had het Concertgebouworkest de mezzosopraan Elina Garanca uitgenodigd, maar de Letse moest het wegens ziekte laten afweten. Haar collega Vesselina Kasarova nam de klus over, maar legde de sterfscène uit als een eendimensionale en vooral bittere ervaring. Ook technisch was haar uitvoering niet optimaal. Haar indrukwekkend lage stem bleef hangen in de diepte, alsof een duveltje hem telkens opnieuw naar het borstregister trok. Zelfs voor een kleine sprong omhoog moest Kasarova kracht zetten.

Dwars daartegenin probeerde Ticciati in het orkest slangenbeten toe te voegen. Die kwamen er, maar de meeslepende maalstroom aan emoties stokte te vaak om op spanning te blijven.
Fauré, Berlioz, Ravel, Debussy. Vesselina Kasarova, Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Robin Ticciati 
12/11, Concertgebouw, Amsterdam. Nog te horen op 14/11 
Biëlla Luttmer
de Volkskrant, 14 november 2014

Batsashvili wint roerige Liszt Competition

De Georgische Mariam Batsashvili (21) heeft zaterdag de tiende International Franz Liszt Piano Competition gewonnen. Daarmee is ze de eerste vrouw die de wedstrijd op haar naam schrijft.
Batsashvili overtuigde de jury met atletische snelheid en een poëtische toon. Peter Klimo (24) uit de VS werd tweede, de Nederlander Mengjie Han (25) derde. Naast geldprijzen krijgen de finalisten een programma om hun beginnende carrières te ontwikkelen. De publieksprijs ging naar Han, voor zijn hemelbestormende uitvoering van Liszts Totentanz met het Radio Filharmonisch Orkest en zijn vaste gastdirigent James Gaffigan.

Voor het eerst was de Sonate, sleutelwerk in Liszts repertoire, verplaatst naar de finale, waardoor het mogelijk wordt dat een kandidaat die dit werk niet beheerst, kan doordringen tot de slotronde. Batsashvili wist de strelingen in de zanglijnen van het stuk fysiek voelbaar te maken, maar miste de grimmige donderkracht van Liszts akkoorden. Han maakte in de Sonate een fenomenaal opgebouwde climax die uitmondde in een wonderlijk teer moment van bespiegeling. Na zijn Totentanz leek de wedstrijd beslist. Toen bekend werd dat hij slechts derde was geworden, maakte dat in de zaal een storm van verontwaardiging los.


Biëlla Luttmer
de Volkskrant, 10 november 2014