maandag 6 april 2015

Werk Hans Rott gered van de vergetelheid


Hans Rott: Balde ruhest du auch!
Michael Volle, Münchner Symphoniker 
Oehms

Ze vormden een clubje van supertalenten: Hans Rott, Gustav Mahler en Hugo Wolf. Rond 1880 lag Wenen, centrum van de muziekwereld, aan hun voeten. Zeker Anton Bruckner, docent van zowel Mahler als Rott, gaf hoog op van de talenten van zijn leerlingen. Beiden vlochten, dwars door hun symfonische werk h een, simpele volksliedjes. Gewaagd, maar Bruckner zag hun kwaliteiten.
Helaas viel de hypergevoelige Rott al snel buiten de boot. Kort na zijn 20ste kreeg hij last van een psychische aandoening. Nadat hij in een trein een man met een pistool had bedreigd, werd hij opgenomen. Hij overleed voor zijn 26ste.

Hoe triest dat voor de muziekgeschiedenis is, blijkt uit het handjevol overgeleverde werken. Zijn 'Liederenreis' met de titel Balde ruhest du auch! werd postuum geïnstrumenteerd en is nu voor het eerst op cd vastgelegd met de gloedvolle stem van Michael Volle. Jammer dat zijn Symfonie in E flodderig wordt gespeeld door de Münchener Symphoniker. Dwars daar doorheen hoor je een stortvloed van ideeën van een man, die had kunnen uitgroeien tot een groot componist.
Biëlla Luttmer
de Volkskrant, 23 juli 2014

John Storgårds heeft Sibelius' sferen vanaf zijn kinderjaren ingeademd


Sibelius: Symfonieën
BBC Philharmonic o.l.v. John Storgårds 

Chandos
De Finse dirigent John Storgårds loopt zich warm voor de viering van het Sibeliusjaar 2015. Net aangetreden als chef-gastdirigent van het BBC Philharmonic, heeft hij de zeven symfonieën van de componist opgenomen, aangevuld met drie late fragmenten die waarschijnlijk bedoeld waren voor Sibelius' Achtste. Vermoedelijk is dit het grote werk waarover hij in zijn dagboeken schrijft, maar dat hij niet meer op papier heeft kunnen zetten door een tremor in zijn handen.
Storgårds, voormalig violist en op dirigeergebied een pupil van Jorma Panula én Sibeliuslegende Paavo Berglund, laat op de mooiste plekken een spannend evenwicht ontstaan tussen grote spanningsbogen en fijne details. In de Eerste symfonie bijvoorbeeld. Daar breekt door de kolkende onderstromen in het orkest de lucht open. In het scherzo klinkt een glasheldere, razend spannende fuga. Het zijn momenten die de potentie laten horen van een dirigent die de sfeer van Sibelius vanaf zijn kinderjaren heeft ingeademd. 
Biëlla Luttmer
de Volkskrant, 2 juli 2014



Schaduwklanken uit een kachelpijp


Kagel, Stockhausen, De Raaff, Hirs, Chin
Attacca
'Ik hou wel van muziek met een intellectuele uitdaging', zegt Fie Schouten. 'Ik vind het leuker iets nieuws te ontdekken dan iets ouds te reconstrueren.' Die uitdaging vindt de basklarinettiste op haar nieuwe solo-cd in werken van Mauricio Kagel, Rozalie Hirs, Robin de Raaff, Unsuk Chin en Karlheinz Stockhausen.
In haar eentje gebruikt ze een baaierd aan technieken om de composities op een kleurrijke, vaak theatrale manier neer te zetten: slaptongues (een slagwerkachtige inzet van een toon), dubbeltonen of zingen in de grote kachelpijp, zoals ze haar instrument noemt. Gruizige jazzklanken die de basklarinet op het lijf zijn geschreven, wisselt ze af met tere lijnen die op sommige momenten losbranden in een schitterend getimede dans. Kagels Schattenklänge klinkt alsof ze de kleurenrijkdom van haar instrument op de tast verkent en er heel geleidelijk een ritmische beweging doorheen druppelt.
Biëlla Luttmer
de Volkskrant, 2 juli 2014

Orlando's afgunst levert verhitte taferelen op



Händel: Orlando

Archiv

Terwijl Händels opera Orlando op het Holland Festival staat, ligt de cd-opname van de productie, met het fonkelende B'Rock, al in de schappen. Aanjager van het Belgische barokorkest is de dirigent René Jacobs. Met een vaart die je naar adem laat happen, koerst hij met zijn musici aan op de confrontatie van Orlando (gezongen door ster-countertenor Bejun Mehta) met de magiër Zoroastro (de bas Konstantin Wolff) en de lieftallige Angelica (Sophie Karthäuser) - die eerst wordt vermoord door de jaloerse Orlando en dan weer tot leven wordt gewekt.
In het orkest hoor je windmachines en strijkers, die de gekmakende afgunst van Orlando begeleiden. Voor de transformatie van Orlando in een vuurgevaarlijke brandweerman moet je de voorstelling en zeker de enscenering van Pierre Audi meemaken, maar aan verhitte taferelen is ook op de cd geen gebrek.
Biëlla Luttmer
de Volkskrant, 11 juni 2014

Barenboim vraagt aandacht voor Tweede symfonie van Elgar


Edward Elgar 
Decca

Edward Elgar is beroemder om zijn Pomp and Circumstance en om zijn Celloconcert dan om de twee symfonieën die hij schreef. Vooral de mars die bij elke Last night of the Proms in de Royal Albert Hall uit volle borst wordt meegezongen, werd een hit die iedere Engelsman kent. 
Het zijn wonderlijke extremen uit de koker van één en dezelfde man: het ene stuk uitgelaten, het andere zwaar en triest. Over zijn Tweede symfonie had hij zijn twijfels. In 1910 beschreef hij het werk eraan zo: 'Ik vrees dat ik bezig ben vreemde en betoverende herinneringen te gieten in armzalige muziek.' De dirigent Daniel Barenboim schat de compositie aanmerkelijk hoger in. Dat hij het werk nu voor de tweede keer heeft opgenomen, zegt genoeg.
Nauwkeurig kiest hij zijn tempi en ook het nobele karakter dat Elgar in het openingsdeel beoogt, raakt hij in het hart. Met de Staatskapelle Berlin geeft hij het stuk de uitvoering die recht doet aan de betovering die Elgar wilde laten horen.
Biëlla Luttmer
de Volkskrant, 11 juni 2014

Nino Gvetadzes razend spannende akkoordsluiers




Claude Debussy
Orchid Classics

Nu de cd-maatschappijen zijn begonnen aan hun zomerslaap, duikt er een schijfje op dat onterecht lang is blijven liggen. Wat de Nederlands-Georgische pianiste Nino Gvetadze met de pianowerken van Debussy doet, heeft klasse die moet worden vermeld.
De composities balanceren op de grens van wazige mistflarden en aardse Franse helderheid. Op het eerste gehoor lijkt Gvetadze haar selectie uit de Preludes, Estampes en andere composities nuchter aan te pakken. De klank van haar piano neigt in deze opname naar die van instrumenten uit de tijd van de componist, maar het cd-boekje meldt dat ze gewoon op een Steinway speelt. Het rechterpedaal gebruikt ze spaarzaam en met een uitgekiende precisie. Maar onder die glasheldere bovenlaag is er veel te beleven. 
In Le vent dans la plaine, bijvoorbeeld. Daar hoor je een beving van trillers in de rechterhand met daaronder razend spannende akkoordsluiers.
Biëlla Luttmer
de Volkskrant, 11 juni 2014

Laika: kinderlijk verlangen naar echtheid

Laika: de muziek heeft een lichte, komische toon, maar daaronder schemert serieuze kritiek op de platte tv-wereld.

Opera 
Holland Festival - Laika. Muziek: Martijn Padding. Libretto: P.F. Thomése. Regie: Aernout Mik. Solisten, VocaalLAB, Asko|Schönberg o.l.v. Etienne Siebens
Amsterdam, Stadsschouwburg, 3/6. Tot 8/6. Live-uitzending via Radio 4 op 7/6

'Ma Ma', zingt de tv-kok achter zijn verrijdbare fornuis. Grimelda, de grimeuse met haar blonde paardenstaartje, vult aan: 'mamaMaMa'. Net als de hele zaal op het spoor zit van 'Pa Pa, papapapapapageno', de aria uit Die Zauberflöte van Mozart, komt het vervolg: 'mamamayonaise'. De brave strijkers-, houtblazers- en pianonootjes gaan over in hikkerige, dwarse ritmes. De kok drumt mee op zijn pannen: rappe roffels boven zijn hoofd en raspgeluiden van de rand van een slakom.
Intussen gaat in het centrum van de zaal iets niet goed: half verscholen onder een talkshowtafel ligt een man in zijn snelle pak op de grond. 'Ik ben een vreemde. Robbert is zijn naam. De mijne ben ik kwijt.' De succesvolle talkshowhost (Thomas Oliemans) heeft Matthijs van Nieuwkerkachtige trekjes. Hij scoort de hoogste kijkcijfers en de mooiste meiden, maar verkeert in crisis. Die wordt verergerd door vervelende opmerkingen van zijn moeder en haar snoeiharde klappen tegen een metalen plaat. Hij verlangt terug naar zijn kindertijd, waarin hij nog echt was en naar de sterren reikte: naar Joeri Gagarin en zijn hondje Laika die in de ruimte zweven.

Martijn Padding speelt in zijn nieuwe opera Laika met de canon. Zijn eigen noten zet hij tegenover die van Mozart. Soms letterlijk, als hij Robberts assistent Leporello noemt, naar de knecht van Don Giovanni. Of als hij de rivaliserende eindredacteur Trix Dominatrix (Claron McFadden) laat opbieden tegen visagiste Grimelda (Marieke Steenhoek). Er is een directe verwijzing naar de kijfscène uit Der Schauspieldirektor. Maar er is ook nachtclubjazz en er zijn bijna onzingbaar snelle sprongen, die hand in hand gaan met een cimbaal, accordeon, marimba en een tuba. En er is de weemoedige, archaïsche melodie van het hondje Laika. Mooie tegenstelling: de hoge stemmen van de talkshowmeiden (groots neergezet door Claron McFadden en Marieke Steenhoek) en de diepe moederstem van mezzosopraan Helena Rasker. Aan beide wil Robbert ontsnappen.

Samen met librettist P.F. Thomése kiest Padding voor een lichte, komische toon maar vlak daaronder schemert serieuze kritiek op de macht van de platte televisiewereld, waarin talkshowhosts de nieuwe koningen zijn.

In de enscenering van videokunstenaar Aernout Mik, die met Laika debuteert als operaregisseur, wordt het publiek deel van een talkshow. Tussen de gasten zitten de koorzangers van VocaalLAB en bovenaan de tribune duikt Leonie Meijer op, die met haar heldere kindersopraan de hoge noten van het hondje Laika zingt. Op grote schermen ziet het publiek zichzelf terug. Een centrale videokubus vergroot de mond van Robberts moeder tot roofdierformaat.

De bariton Thomas Oliemans (Robbert) heeft geen moeite met zijn glamournoten, die showy van laag naar hoog schieten, evenmin als Marcel Beekman (de kok), Mattijs van de Woerd (Leporello) en de diepe bas Dennis Wilgenhof (Joeri Gagarin). Maar hij verlangt terug naar de onschuld, de oprechtheid, de melodie van Laika.

Aan het slot verdubbelingen: er lopen twee Robberts en twee Trixen. Hoog in de zaal zweven verdubbelingen van Joeri en Laika. Het almachtige ego doet er niet meer toe. Robbert wil niets liever dan klein zijn en opgaan in het heelal.
Biëlla Luttmer
de Volkskrant, 5 juni 2014