maandag 6 april 2015

Nino Gvetadzes razend spannende akkoordsluiers




Claude Debussy
Orchid Classics

Nu de cd-maatschappijen zijn begonnen aan hun zomerslaap, duikt er een schijfje op dat onterecht lang is blijven liggen. Wat de Nederlands-Georgische pianiste Nino Gvetadze met de pianowerken van Debussy doet, heeft klasse die moet worden vermeld.
De composities balanceren op de grens van wazige mistflarden en aardse Franse helderheid. Op het eerste gehoor lijkt Gvetadze haar selectie uit de Preludes, Estampes en andere composities nuchter aan te pakken. De klank van haar piano neigt in deze opname naar die van instrumenten uit de tijd van de componist, maar het cd-boekje meldt dat ze gewoon op een Steinway speelt. Het rechterpedaal gebruikt ze spaarzaam en met een uitgekiende precisie. Maar onder die glasheldere bovenlaag is er veel te beleven. 
In Le vent dans la plaine, bijvoorbeeld. Daar hoor je een beving van trillers in de rechterhand met daaronder razend spannende akkoordsluiers.
Biëlla Luttmer
de Volkskrant, 11 juni 2014

Laika: kinderlijk verlangen naar echtheid

Laika: de muziek heeft een lichte, komische toon, maar daaronder schemert serieuze kritiek op de platte tv-wereld.

Opera 
Holland Festival - Laika. Muziek: Martijn Padding. Libretto: P.F. Thomése. Regie: Aernout Mik. Solisten, VocaalLAB, Asko|Schönberg o.l.v. Etienne Siebens
Amsterdam, Stadsschouwburg, 3/6. Tot 8/6. Live-uitzending via Radio 4 op 7/6

'Ma Ma', zingt de tv-kok achter zijn verrijdbare fornuis. Grimelda, de grimeuse met haar blonde paardenstaartje, vult aan: 'mamaMaMa'. Net als de hele zaal op het spoor zit van 'Pa Pa, papapapapapageno', de aria uit Die Zauberflöte van Mozart, komt het vervolg: 'mamamayonaise'. De brave strijkers-, houtblazers- en pianonootjes gaan over in hikkerige, dwarse ritmes. De kok drumt mee op zijn pannen: rappe roffels boven zijn hoofd en raspgeluiden van de rand van een slakom.
Intussen gaat in het centrum van de zaal iets niet goed: half verscholen onder een talkshowtafel ligt een man in zijn snelle pak op de grond. 'Ik ben een vreemde. Robbert is zijn naam. De mijne ben ik kwijt.' De succesvolle talkshowhost (Thomas Oliemans) heeft Matthijs van Nieuwkerkachtige trekjes. Hij scoort de hoogste kijkcijfers en de mooiste meiden, maar verkeert in crisis. Die wordt verergerd door vervelende opmerkingen van zijn moeder en haar snoeiharde klappen tegen een metalen plaat. Hij verlangt terug naar zijn kindertijd, waarin hij nog echt was en naar de sterren reikte: naar Joeri Gagarin en zijn hondje Laika die in de ruimte zweven.

Martijn Padding speelt in zijn nieuwe opera Laika met de canon. Zijn eigen noten zet hij tegenover die van Mozart. Soms letterlijk, als hij Robberts assistent Leporello noemt, naar de knecht van Don Giovanni. Of als hij de rivaliserende eindredacteur Trix Dominatrix (Claron McFadden) laat opbieden tegen visagiste Grimelda (Marieke Steenhoek). Er is een directe verwijzing naar de kijfscène uit Der Schauspieldirektor. Maar er is ook nachtclubjazz en er zijn bijna onzingbaar snelle sprongen, die hand in hand gaan met een cimbaal, accordeon, marimba en een tuba. En er is de weemoedige, archaïsche melodie van het hondje Laika. Mooie tegenstelling: de hoge stemmen van de talkshowmeiden (groots neergezet door Claron McFadden en Marieke Steenhoek) en de diepe moederstem van mezzosopraan Helena Rasker. Aan beide wil Robbert ontsnappen.

Samen met librettist P.F. Thomése kiest Padding voor een lichte, komische toon maar vlak daaronder schemert serieuze kritiek op de macht van de platte televisiewereld, waarin talkshowhosts de nieuwe koningen zijn.

In de enscenering van videokunstenaar Aernout Mik, die met Laika debuteert als operaregisseur, wordt het publiek deel van een talkshow. Tussen de gasten zitten de koorzangers van VocaalLAB en bovenaan de tribune duikt Leonie Meijer op, die met haar heldere kindersopraan de hoge noten van het hondje Laika zingt. Op grote schermen ziet het publiek zichzelf terug. Een centrale videokubus vergroot de mond van Robberts moeder tot roofdierformaat.

De bariton Thomas Oliemans (Robbert) heeft geen moeite met zijn glamournoten, die showy van laag naar hoog schieten, evenmin als Marcel Beekman (de kok), Mattijs van de Woerd (Leporello) en de diepe bas Dennis Wilgenhof (Joeri Gagarin). Maar hij verlangt terug naar de onschuld, de oprechtheid, de melodie van Laika.

Aan het slot verdubbelingen: er lopen twee Robberts en twee Trixen. Hoog in de zaal zweven verdubbelingen van Joeri en Laika. Het almachtige ego doet er niet meer toe. Robbert wil niets liever dan klein zijn en opgaan in het heelal.
Biëlla Luttmer
de Volkskrant, 5 juni 2014


woensdag 3 september 2014

Tapdance van Louis Andriessen: onder laagje vernis loert het verval

Zaterdagmatinee: Andriessen, Namavar, Reich, Adams. Colin Currie, Gerard Bouwhuis, Pauline Post, VocaalLAB, Asko|Schönberg o.l.v. Reinbert de Leeuw
Amsterdam, Concertgebouw, 24/5
Na een problematische uitvoering van zijn vorige werk, Mysteriën, door het Concertgebouworkest, kan Louis Andriessen terugzien op een indrukwekkende première van Tapdance, de nieuwe compositie die hij schreef voor zijn eigen 75ste verjaardag op 6 juni. Basgitaar, saxofoons en drumstel schuiven aan bij de musici van het Asko|Schönberg. Colin Currie, de Britse slagwerker, treedt aan als tapdanser die niet de tapschoenen aantrekt, maar met stokken een houten plaat op een tafeltje bespeelt. De dans is belangrijk in het stuk, maar tegelijkertijd is het niet meer dan een dun laagje vernis. Vlak onder de oppervlakte loert het verval.

Meteen al zijn er signalen dat het 15 minuten durende werk over meer gaat dan over speelse virtuositeit. Dwars door de harmonieuze inleiding van de pianisten Pauline Post en Gerard Bouwhuis heen zijn er niet alleen fijnzinnige houtblazers- en harpklanken, maar dringt zich af en toe een brutale schreeuwtoon op.

Er ontstaat een swingend dansritme, met basgitaar en koperblazers, waarop Currie met rake accenten zijn danssolo speelt.

Maar dan zijn er trompetten die zacht maar dwingend onheil aankondigen. Currie loopt traag van zijn tapinstrument naar de marimba en de sfeer slaat om. Tijdens zijn grote solo is hij alleen.

Ook de weg naar de laatste episode van Tapdance legt Currie af met een theatrale traagheid. Links op het podium staat één pauk. Tastend met zijn voet verstemt hij het instrument in een aangrijpend duet met slagwerkers van het Asko|Schönberg. En dan is er het slot, met trage onheilsklappen op de pauk en een korte herinnering aan de bigband waarmee de tapdanser triomfen vierde. Het einde is eenzaam als een leven dat ophoudt te bestaan.

Andriessens nieuwe werk werd omringd door oude, beproefde composities: Eight lines van Steve Reich, en Grand piano music van John Adams. En door een nieuw, enerverend werk van Reza Namavar (33), Versnelheijdsbinderh. Met tromgeroffel en kopergeschal komt het binnen, fel heen en weer schietend tussen uitzinnig en introvert. Namavar weet zijn ideeën uitstekend te doseren en buit de contrasten uit, soms te opzichtig, vaker knap getimed. Hij houdt je aandacht vast met sirenes en rare stijlsprongen die door het Asko|Schönberg en de dirigent Reinbert de Leeuw briljant werden neergezet.
Biëlla Luttmer
de Volkskrant, 24 mei 2014

maandag 1 september 2014

Belvédère wordt beatbox


Vandaag verandert Museum Belvédère in Heerenveen in een gigantisch muziekinstrument. Zes musici bespelen de materialen waaruit het gebouw bestaat: het hout, glas, steen, metaal, de kunststoffen. Ook het geruis van de elektrische apparatuur doet mee in Tasten, een compositie van Arnold Marinissen, de uitvinder van de kunst van het musiceren met gebouwen.

De geschiedenis van Tasten begon vorig jaar. Toen ontdekte Yoram Ish-Hurwitz, pianist en initiator van het Festival Oranjewoud, dat het gebouw eigenlijk al een instrument is. De betonnen platen aan de glazen pui bleken allemaal hun eigen toon te hebben, alsof ze zijn gestemd. Belvédère hoefde alleen nog bespeeld te worden.

Ish-Hurwitz: 'Nee, we gaan zeker niet hard trommelen tegen de pui van het museum. Toen het gebouw werd neergezet, moesten er bomen worden gekapt waarin veel vleermuizen woonden. De platen bieden nu beschutting aan de diertjes.'

Behoedzaam, om het dierenleven niet te verstoren, gaan de musici aan de gang. Met soms maar een wrijfbeweging van een vinger brengen de leden van het Amstel Saxofoonkwartet, de slagwerkster Ryoko Imai en Ish-Hurwitz de platen tot klinken. Het zachte geluid dat ze voortbrengen wordt opgevangen door microfoons en gesampled, samen met de overige materialen die ze ín het museum gaan bespelen.

Binnen, in het auditorium van Belvédère, zit bij de première niet alleen publiek, maar ook Arnold Marinissen. Achter zijn mengpaneel kiest de componist de klankcombinaties voor zijn stuk. Het publiek kan via camera's zien hoe de musici aan de gang zijn. Achtereenvolgens komen ze het auditorium binnen en beginnen ze aan het gedeelte van Tasten dat geschreven is voor hun eigen, vertrouwde instrumenten.

Dat is de passage waarop ze tijdens hun eerste repetitie hard aan het studeren zijn. Marinissen heeft een partituur geschreven waar Ish-Hurwitz en de andere musici hun handen aan vol hebben. Op een teken van de Ryoko barsten ze los in een explosie van springerige, nauwkeurig in elkaar grijpende bouwsteentjes.

Na afloop is Yoram Ish-Hurwitz enthousiast: 'Het stuk zit geweldig goed in elkaar. Gelukkig blijft het niet bij één uitvoering. We gaan in ieder geval de Hermitage bespelen, tijdens het Grachtenfestival, en het Groninger Museum tijdens het Peter de Grote Festival. Ik ben benieuwd naar de klankverschillen tussen die gebouwen. Ook zijn we benaderd door de organisatie van Leeuwarden, de culturele hoofdstad van Europa van 2018. Het is mijn droom om een tournee te maken langs gebouwen in alle tien steden die vanaf 2014 achtereenvolgens culturele hoofdstad zijn geweest. Dat zou recht doen aan de unieke kwaliteiten van dit werk.' 
                                                                 Yoram Ish-Hurwitz 

Biëlla Luttmer
de Volkskrant, 23 mei 2014

Abbado brengt de noten terug naar hun uiterste eenvoud


Aan het begin van dit jaar stierf Claudio Abbado, de dirigent aan wie ijdel maestrogedrag vreemd was. Als je hem ziet staan op de cover van de live-cd die is gemaakt van zijn laatste concert met zijn Lucerne Festivalorkest, lijken ziekte en dood nog eindeloos ver weg. Ook de kloppende bloedstroom die hij door de hele Negende symfonie van Bruckner stuurt, heeft een kerngezonde kracht.

Hij pompt de noten niet op, maar brengt ze terug naar hun uiterste eenvoud. Daarmee boort hij een kant van de componist aan die je zelden hoort voorbijkomen. Grote Brucknerdirigenten zoeken het nu eenmaal meestal in breedte als het gaat om het treffen van een klankkarakter. De frisse oprechtheid die Abbado in de Negende aantreft, leidt tot een ontdekking van een kant van Bruckner die misschien wel samenvalt met het gevoel achter de tekst die hij bij zijn symfonie schrijft: Dem lieben Gott.


Bruckner: Negende symfonie
Lucerne Festival Orchestra o.l.v. Claudio Abbado
Deutsche Grammophon

Biëlla Luttmer
de Volkskrant, 13 augustus 2014

woensdag 21 mei 2014

Oswald von Wolkenstein - The Cosmopolitan

The Cosmopolitan
ensemble Leones o.l.v. Marc Lewon
Christophorus

Vechtpartijen, seks, vreemdgaan - de liederen van de eenogige Oswald von Wolkenstein (rond 1376-1445) zijn ermee doorspekt. Maar er is meer te melden over de man uit Zuid-Tirol.

Naast de talrijke bezoeken aan Hübschlerinnen, zoals de pleziermeisjes in zijn regio werden genoemd, was hij actief als diplomaat, dichter en koninklijk adviseur. Zijn naam duikt op in meer dan honderd documenten, onder meer als bestormer van Ceutas, dat hij beschrijft als 'wunnikliches paradis' van Noord-Afrika. De wonderen die hij op zijn reizen ontmoet, zijn in zijn composities terug te horen.

Uit de overgeleverde handschriften heeft Marc Lewon, artistiek leider van Ensemble Leones, een greep gedaan die laat horen hoe veelkleurig die invloeden zijn. Begeleid door een luit, harp, fluit, draailier, ratel en koehoorn brengen de zangers van het ensemble ons iets dichter bij de tijd waarin de Renaissance doorbrak.

Biëlla Luttmer

de Volkskrant, 21 juni 2014

donderdag 27 maart 2014

Verglijdende microtonen scheppen een desoriënterende sfeer

Germanus, Jeths, Fitkin, Rossi, Nancarrow, Volans. Calefax Rietkwintet. Licht: Floriaan Ganzevoort. Amsterdam, Concertgebouw, 24/3. 

Calefax Rietkwintet

Wijd uit elkaar staan de leden van het Calefax Rietkwintet op het podium van het Concertgebouw. Het is donker in de Kleine Zaal. Als basklarinettist Jelte Althuis een korte, losse noot speelt, schijnt er een goed getimede felle spot op Olivier Boekhoorn, de hoboïst die een eindje verderop staat. Althuis kijkt verward om zich heen, maar er is niks mis. Het gaat over desoriëntatie tijdens dit strak ritmische pingpongspel tussen de lichtman Floriaan Ganzevoort en de vijf blazers.
Die kiezen een nieuwe positie en de muziek verandert, krijgt het karakter van een cabaret in de jaren twintig van de vorige eeuw, maar de tonen zijn vertekend als de figuren op een schilderij van Salvador Dalì. Ze glijden weg van de vertrouwde, vast omlijnde klanken en het licht komt ineens van beneden, van warmgeel flakkerende gloeilampen.
Nur für Verrückte, Alleen voor gekken, noemde Sander Germanus zijn nieuwe compositie voor rietkwintet, recording en spotlights. ‘Toegang kost je je verstand’ is de ondertitel.
Germanus, 41, verwijst ermee naar een fragment uit Herman Hesses roman Der Steppenwolf (1927), waarin de hoofdpersoon terechtkomt op een gemaskerd bal waar duiveltjes spelen in een orkest en waar hij bedwelmt raakt door de vele hallucinerende indrukken. Germanus zet verglijdende microtonen in om de desoriënterende sfeer van dit Magische theater te treffen. Dat lukt hem uitstekend. Als aan het slot van de compositie het licht aangaat en reële klanken het overnemen, voel je de verwarring met Hesses personage mee.   
Ook Willem Jeths (54) is uitstekend op dreef. In zijn nieuwe compositie Maktub kiest hij een loom tempo en warme, lage akkoorden waar een hoge melodielijn bovenuit priemt. Maktub, Arabisch voor ‘het is geschreven’, is, net als het werk van Germanus, voortgekomen uit een literaire bron: Goethes dichtwerk West-östlicher Divan. Begin en einde, geboorte en dood, zijn ‘immer fort dasselbe’. Waar het Jeths om gaat is wat daartussen ligt. Dat is bekend, dat is geschreven, dat is Maktub.   
De Nederlanders Jeths en Germanus mogen er wezen. In het programma van Calefax krijgen ze gezelschap van de internationale muziekvernieuwers Kevin Volans (Zuid-Afrika), Michelangelo Rossi (Italië), Conlon Nancarrow (VS) en Graham Fitkin (Groot-Brittannië) maar hun bruisende ideeën blijven naast die beroemdheden fier overeind.

Biëlla Luttmer
de Volkskrant, 26 maart 2014